Recente updates RSS Toggle Comment Threads | Sneltoetsen

  • mormongandhi 12:48 pm opAugust 21, 2010 Permalink | Beantwoorden  

    2 Nephi 28-30: men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg 

    Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg; want de aarde zal vol zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. (2 Nephi 30:15)

    Nephi veronderstelt in deze hoofdstukken dat een afdoende mate van kennis aangaande God de aarde zal vernieuwen, en dat een correct begrip aangaande Jezus Christus het grootse duizendjarig Rijk des Heren zal bewerkstelligen. Volgens Nephi speelt het Boek van Mormon daarbij een centrale rol, omdat God daardoor in de laatste dagen tot ons spreekt op aanvullende wijze: “ten dage dat Ik ertoe overga een wonderbaar werk onder hen te verrichten om mijn verbonden, die Ik met de mensenkinderen heb gesloten, indachtig te zijn, om mijn hand voor de tweede maal uit te strekken om mijn volk, dat van het huis Israëls is, terug te winnen” (2 Nephi 29:1):

    en mijn woorden zullen voortsissen tot aan de einden der aarde, tot een standaard voor mijn volk, dat van het huis Israëls is; en omdat mijn woorden zullen voortsissen, zullen velen van de andere volken zeggen: Een Bijbel! Een Bijbel! Wij hebben een Bijbel en er kan niet nog méér Bijbel zijn (2 Nephi 29: 2-3).

    O dwaas, die zegt: Een Bijbel, wij hebben een Bijbel, en wij hebben niet méér Bijbel nodig. Hadt gij een Bijbel verkregen indien het niet door de Joden was geweest? Weet gij niet dat er meer natiën zijn dan één? Weet gij niet dat Ik, de Heer, uw God, alle mensen heb geschapen en dat Ik hen gedenk die zich op de eilanden der zee bevinden; en dat Ik heers boven in de hemelen en beneden op de aarde; en dat Ik de mensenkinderen, ja, alle natiën van de aarde, mijn woord breng? (2 Nephi 29: 6-7)

    Waarom mort gij omdat gij méér van mijn woord zult ontvangen? Weet gij niet dat het getuigenis van twee natiën voor u getuigt dat Ik God ben, dat Ik de ene natie evenzeer als de andere gedenk? (2 Nephi 29:8)

    En Ik doe dat om velen te bewijzen dat Ik dezelfde ben, gisteren, heden en voor eeuwig; en dat Ik mijn woorden spreek naar mijn eigen welbehagen. En omdat Ik één woord heb gesproken, behoeft gij niet te veronderstellen dat Ik er niet nog een kan spreken; want mijn werk is nog niet voleindigd; noch zal het dat zijn vóór het einde van het mensdom. (2 Nephi 29:9)

    Welnu, omdat gij een Bijbel hebt, behoeft gij niet te veronderstellen dat die al mijn woorden bevat; evenmin behoeft gij te veronderstellen dat Ik er niet méér heb laten opschrijven. (2 Nephi 29:10)

    We mogen ons gelukkig prijzen dat het Boek van Mormon d.m.v. deze passage de mogelijkheid oppert dat het Boek van Mormon – evenals de Bijbel – niet het laatste boek is dat God heeft doen schrijven: “en Ik zal ook spreken tot de andere stammen van het huis Israëls, die Ik heb weggeleid, en zij zullen het opschrijven; en ook zal Ik spreken tot alle natiën der aarde en zij zullen het opschrijven”. God geeft Nephi hiermee het goddelijk concept van interreligieuze theologie:

    Ongeacht onze naam, we zij allen aan de Geliefde verbonden – alle sterren, rotsen, bomen, dieren en wezens. God is in ieder van ons aanwezig, en we maken deel uit van de Geest – zoals het goddelijke in alle dingen aanwezig is. God is in alles, in alle dingen, van alle dingen. We zijn allen één, onze verbondenheid is van allesomvattende aard en ze gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Deze verbondenheid met het Goddelijke stelt ons in staat mede-scheppers met God te worden, de immer aanwezige bron van al het goede. We zijn allen één, altijd in ontwikkeling, mede-scheppers met de Geest. Er zijn vele paden die naar de ene God leiden, vele namen die naar de ene God van ons allen leiden.

    Men zou kunnen stellen dat Heiligen der Laatste Dagen bijzonder goed zijn toegerust om het gesprek aan te gaan met leden van andere geloofstradities, omdat zij verschillende schriftuurlijke standaardwerken – soms met tegenstrijdige boodschappen – met elkaar in overeenstemming moesten brengen vanaf het begin van hun beweging. Onderschat niet de mogelijkheid (i.p.v. de onmogelijkheid) voor Mormonen om hun eigen geloofstradities, de schoonheid van God en Zijn goddelijke waarheid zoals die spreekt uit andere heilige boeken te ontdekken en te integreren. Gordon B. Hinckley verklaarde destijds in zijn befaamde toespraak “Het voortdurend streven naar waarheid”(BYU-Hawaii-1983):

    Als leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is het onze zaak en onze verantwoording het gebod tot studie en onderricht te onderhouden. De Here sprak: “put woorden van wijsheid uit de beste boeken; zoekt kennis, ja, door studie en ook door geloof.” (LV 88:118)

    Hij maakte vervolgens duidelijk dat onze zoektocht naar waarheid grondig dient te zijn, dat we moeten leren “aangaande dingen zowel in de hemel als op de aarde en onder de aarde; dingen die geweest zijn, dingen die nu zijn, dingen die binnenkort moeten geschieden; dingen die binnenslands zijn, dingen die buitenslands zijn; de oorlogen en de verwikkelingen van de natiën, en de oordelen die op het land rusten; en ook kennis van landen en van koninkrijken” (LV 88:79).

    Wat een uitdaging om ons voortdurend richting eeuwigheid te blijven ontwikkelen! Niemand van ons mag veronderstellen dat hij of zij genoeg geleerd heeft. Wanneer de de deur dichtgaat na een bepaalde levensfase, dient de volgende fase zich al weer aan, en moeten we kennis blijven vergaren, een onaflatende zoektocht naar waarheid. Die waarheid moet geestelijke, religieuze en seculaire elementen bevatten. Laten we aldoende in onze zoektocht naar waarheid in ons leven, zoeken naar goede, mooie, en positieve dingen.

    Maar waar is al die kennis goed voor als deze niet wordt toegepast? Wetenschappers die veranderingen bestuderen zijn het er over het algemeen over eens dat wanneer mensen informatie ontvangen, zij deze eerst moeten begrijpen alvorens deze tot kennis kan worden; toegepaste kennis moet tot mentaliteitsverandering leiden (Hebt gij die machtige verandering in uw hart ondervonden?), die op haar beurt moet leiden tot gedragsverandering (zoals Jezus uitlegt in 2 Nephi 31:12 “volgt Mij dus en doet de dingen die gij Mij hebt zien doen”). Een dergelijke gedragsverandering stelt echter weinig voor t.a.v. het “groot en wonderbaar werk dat op het punt staat onder de mensenkinderen tevoorschijn te komen” tenzij ze een verandering op het oog heeft van sociale structuren die gerechtigheid bevorderen.

    En het zal geschieden dat de Here God met zijn werk onder alle natiën, geslachten, talen en volken begint, om de herstelling van zijn volk op aarde tot stand te brengen. En met gerechtigheid zal de Here God de armen richten, en met billijkheid bestraffen ten behoeve van de ootmoedigen der aarde. (2 Nephi 30:8-9)

    Een dergelijke wetenschappelijke synthese wordt gepoogd door Paul Knitter in zijn boek “One Earth Many Religions”, met als subtitel: “Multifaith Dialogue and Global Responsibility” (Knitter 1995). In dit boek vertelt de schrijver over zijn levensweg en ervaringen met “het Andere”, een ontmoeting met het tegengestelde: “het volkomen andere, het onverwachte, het voor onmogelijk gehouden, het schokkende. Over mensen en voorvallen die duidelijk buiten mijn ervaringswereld vielen.” (Knitter 1995:1). Door Knitter wordt onderscheid gemaakt tussen “godsdienstig anders-zijn” en “lijdend anders-zijn”.

    De rondreis van Knitter begon met een ontmoeting met het “godsdienstig anders-zijn”, door – als Jezuiet en missionaris – te onderkennen dat andere geloofstradities met wijsheid bekleed waren die hem verrijkte en zelfs versteld deed staan. Met het “lijdend anders-zijn” kwam hij in aanraking door zijn werk en solidariteit voor vluchtelingen en illegale buitenlanders die uit Centraal-Amerika naar de VS emigreerden: een verpletterende ontmoeting. Knitter vertelt ook over zijn ecologische bewustwording, over wat het betekent op een gewonde Moeder Aarde te wonen. Wat betreft Knitter was de “lijdende ander” veel schokkender dan de “godsdienstige ander”.

    Knitter laat er geen misverstand over bestaan dat wanneer hij zou zijn gedwongen een keus te maken tussen pluralisme of bevrijding, d.w.z. tussen interreligieuze dialoog of strijd voor sociale rechtvaardigheid, hij dialoog op zou moeten geven en voorrang zou verlenen aan het verzachten van het lijden en de strijd voor gerechtigheid (Knitter 1995:11). Maar gelukkig, zo zegt hij, wijst ervaring met interreligieuze dialoog in Sri Lanka uit dat er zoiets bestaat als als een waarlijk bevrijdende vorm van interreligieuze dialoog met een sociaal karakter.

    De dringende vraag voor iedereen die toegewijd is aan interreligieuze dialoog en bevrijdingstheologie is dan: hoe radicale strijd te voeren voor rechtvaardigheid, die altijd controversieel is en in conflict is met onbevangen godsdienstige samenspraak, waar ‘n ieders mening immers moet worden gerespecteerd. Hoe dan in uiteenlopende situaties om te gaan met de tweevoudige verantwoording voor de “religieuze ander” en de ‘lijdende ander”?
    (Leirvik, the Power of Faith in Global Politics, 129-142)

    Nephi heeft hier een mening over. De mythe ontsluieren rond de godsdienstige-ander is waarschijnlijk minder belangrijk dan voor de rechten op te komen van de lijdende-ander (terwijl deze soms één en dezelfde persoon zou kunnen zijn). De hoofdstukken 28-30 laten zien dat als het gaat om rechtvaardig handelen t.o.v. de armen, we één in radicaal activisme moeten zijn ondanks godsdienstige verschillen. Sociale rechtvaardigheid – en het terugdringen van onderdrukking en onrecht langs sociale breuklijnen – vormt een belangrijke samenbindende factor onder degenen die langs godsdienstige breuklijnen overleggen.

    Onze kennis moet worden toegepast. Ons voortdurend zoeken naar waarheid kan niet los worden gezien van een voortdurend zoeken naar gerechtigheid, of m.a.w.: de vestiging van God’s Koninkrijk op Aarde en/of de opbouw van Zion. Wie vrede wil, moet voor gerechtigheid arbeiden.

    Ja, en er zullen vele [politieke leiders] zijn die zeggen: Eet, drinkt en weest vrolijk, want morgen sterven wij; en het zal wel met ons zijn. En er zullen ook vele [politieke leiders] zijn die zeggen: Eet, drinkt, en weest vrolijk; vreest nochtans God — Hij zal het bedrijven van een kleine zonde wel rechtvaardigen; ja, liegt wat, maakt van iemand misbruik wegens zijn woorden, graaft een kuil voor uw naaste; daarin steekt geen kwaad; en doet al die dingen, want morgen sterven wij; en mochten wij toch schuldig zijn, dan zal God ons met enkele striemen slaan, en ten slotte zullen wij het heil verkrijgen in het koninkrijk Gods. En het bloed der heiligen zal hen vanuit de aardbodem aanklagen.

    Wegens hoogmoed en wegens valse leraren en valse leer zijn hun kerken verdorven geworden, en hun kerken hebben zich verheven; wegens hoogmoed zijn ze opgeblazen. Zij beroven de armen ter wille van hun fraaie heiligdommen [tempels]; zij beroven de armen ter wille van hun fraaie kledij; en zij vervolgen de zachtmoedigen en de eenvoudigen van hart, omdat zij in hun hoogmoed opgeblazen zijn.

    Wee hun die de rechtvaardige om een nietigheid terzijde dringen en hetgeen goed is beschimpen en zeggen dat het geen waarde heeft! (2 Nephi 28: 7-8, 10, 12-13, 16)

     
  • mormongandhi 12:46 pm opAugust 21, 2010 Permalink | Beantwoorden  

    2 Nephi 25-27: Hij verwerpt niemand die tot Hem komt 

    Want [ de Heer] doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken. (2 Nephi 26:33)

    Tijdens het ontvangen van openbaring waarop hij de Afdeling 164 van de Leer en Verbonden baseerde, beschrijft profeet-president Veazey van de Gemeenschap van Christus in zijn meest recentelijke advies aan de kerk: “Na vele (schrift)teksten grondig te hebben bestudeerd, vestigde de Heilige Geest mijn aandacht op Galaten 3: 27-29 :

    Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.

    Bij het bestuderen van die passage verschafte de Geest mij inzicht in de bredere dimensie van Gods genade die werkzaam is door Christus in het transformeren van intermenselijke verhoudingen in deze verdeelde wereld. Ik ontving daardoor nog meer dan tevoren een getuigenis van de macht van het evangelie van Christus om gestalte te geven aan een nieuwe schepping onder diegenen die de moed hebben haar boodschap in een geheiligde gemeenschap te leven.” Profeet veazey geeft daarop een toelichting in de volgende verzen van Afd. 164, en hoe deze zich verhouden tot 2 Nephi 26:33 en Galaten 3: 27-29:

    5. Het is cruciaal te begrijpen dat wanneer men waarlijk in Christus gedoopt is, men deel gaat uitmaken van een nieuwe schepping. Door het leven en de gedachte van Christus op zich te nemen, ziet men zichzelf en anderen vanuit een ander perspectief. Waar men mensen voorheen zag in het licht van economische status, sociale klasse, geslacht en seksuele geaardheid, of etnische afkomst, is dat voortaan niet meer het belangrijkste. Door het evangelie van Christus ontstaat er een nieuwe gemeenschap waar verdraagzaamheid, eenheid in verscheidenheid, en liefde worden geboren als een waarneembaar teken van de komende heerschappij van God.

    6a. God, de Schepper aller dingen, zoals in Christus geopenbaard, is begaan met menselijke gedragingen en verhoudingen die de waarde en begaafdheid aller mensen hooghoudt en de meest kwetsbaren onder hen beschermt. Dergelijke verhoudingen moeten zijn verankerd in de beginselen van Christelijke liefde, wederzijds respect, verantwoordelijkheid, verbondenheid en getrouwheid, waar geen enkele wet op tegen is.

    b. Wanneer de kerk die beginselen vollediger begrijpt en consequenter toepast dan zouden allerlei vragen kunnen worden beantwoord in het licht van Gods heilige doeleinden: vragen over verantwoordelijke menselijke seksualiteit, rolverdeling en geaardheid, over intermenselijke verhoudingen en over het huwelijk.

    Nephi’s theologie van een God die alle mensen uitnodigt tot hem te komen, van hem te leren en met hem aan een inclusieve gemeenschap te werken, wordt heel goed verwoord in de afsluitende hoofdstukken van het Tweede Boek van Nephi. In sommige verzen klinkt dan ook Nephi’s begrip door, van Gods onvoorwaardelijke liefde voor zijn kinderen -aan allen gelijkmatig geschonken – een liefde die het niet uitmaakt wat iemand in het verleden heeft gedaan, zonder aanziens des persoons, die allen uitnodigt met Christus verzoend te worden en aangenomen te worden door een broeder of zuster in het geloof:

    24 Hij doet niets, tenzij het voor het welzijn der wereld is; want Hij heeft de wereld lief, zodat Hij zelfs zijn eigen leven aflegt teneinde alle mensen tot Zich te kunnen trekken. Daarom gebiedt Hij niemand om geen deel te hebben aan zijn heil.

    25 Zie, is er iemand die Hij toeroept, zeggende: Ga van Mij heen? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, Hij zegt: Komt tot Mij, al gij einden der aarde, koopt melk en honing zonder geld en zonder prijs.

    26 Zie, heeft Hij iemand geboden om de synagoge of het bedehuis te verlaten? Zie, ik zeg u, neen.

    27 Heeft Hij iemand geboden om geen deel te hebben aan zijn heil? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, Hij heeft het alle mensen om niet gegeven; en Hij heeft zijn volk geboden alle mensen tot bekering te bewegen.

    28 Zie, heeft de Heer iemand geboden om geen deel te hebben aan zijn goedheid? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten. (2 Nephi 26:24-28)

    In een verslag n.a.v. een theologische aanbeveling over het vraagstuk van Rechtvaardige en Inclusieve Gemeenschappen, kwamen leden van de Ecumenische Beweging tot de volgende conclusies:

    Moeilijke discussies werden gehouden op het gebied van Christologie. Men ervoer dat de dominante Christologien in onze kerkekn dikwijls bijdragen aan de uitsluiting van sociaal-zwakke groeperingen. Men was van mening dat het belangrijk is Christologie te formuleren op basis van concrete ervaringen aangaande uitsluiting, daarbij nadruk leggend op de gebroken Jezus aan het kruis, en de Christus die de gebroken schepping articuleert en integreert in de opstanding. Soms hanteert men daarbij taalgebruik dat spreekt over een Jezus als zondeloze en vleesgeworden zoon van God, die de gedaante op zich neemt van degenen die worden uitgebuit en uitgesloten, mensen met handicaps, kleurlingen, verachte kasten, gemarginaliseerde inheemse volken, mishandelde vrouwen en kinderen, ouderen, mensen met een afwijkende seksuele geaardheid, enz., dat alles met als doel om tendenzen in bepaalde culturen en structuren tegen te gaan die intermenselijke verhoudingen overheersen en soms doen verstikken.

    Een dergelijk meervoudig begrip aangaande Christus stelt de kerk – het lichaam van Christus – in staat een inclusieve gemeenschap te worden. Het lichaam van Christus lijdt als in barensnood en verlangt naar herstelling en heelheid van de schepping: dit alles vanwege de talloze manieren waarop mensen elkaar uitsluiten. (Romeinen 8: 18-25). Jezus is de meest getrouwe beeltenis van een inclusieve God (Kolossenzen 1:15-20).

     
  • mormongandhi 12:45 pm opAugust 21, 2010 Permalink | Beantwoorden  

    2 Nephi 18-24: de Eeuwige Vader, de Vredesprins 

    2 Nephi 19: 2-7

    Het volk dat in duisternis wandelde, heeft een groot licht gezien; het licht heeft geschenen op hen die wonen in het land van de schaduw des doods.

    Gij hebt het volk vermenigvuldigd en zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, en zoals men juicht bij het verdelen van de buit.

    Want het juk van zijn last, en de stand op zijn schouder, de roede van zijn verdrukker, hebt Gij verbroken.

    Want elke strijd van de krijgsman gaat gepaard met verward rumoer, en klederen gewenteld in bloed; maar deze zal zijn met verbranding en een prooi van het vuur.

    Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder; en men noemt zijn naam Wonderbaar, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

    Er is geen einde aan de uitbreiding van de heerschappij en de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te ordenen en het met recht en gerechtigheid te grondvesten, ja, voor eeuwig. De ijver van de Heer der heerscharen zal dit doen.

     
  • mormongandhi 12:44 pm opAugust 21, 2010 Permalink | Beantwoorden  

    2 Nephi 12-17: laat ons onze zwaarden tot ploegscharen omsmeden 

    Wordt een volk van de Tempel – mensen die geweld onderkennen maar vrede verkondigen, die conflictsituaties aanvoelen maar een verzoenende hand uitsteken, die gebroken geesten tegenkomen en helende paden bewandelen. Vervul de doeleinden van de Tempel door deze zich in uw hart te laten manifesteren…. Maak ze tot een levensgroot symbool van een volk dat onrechtvaardigheid en strijd kende in de grensstreken en die nu de vrede van Jezus Christus zoekt door de gehele wereld. – Leer en Verbonden 161: 2a-b (Gemeenschap van Christus)

    en het zal geschieden in de laatste dagen …

    De onderstaande schrifttekst is een van de meest aangehaalde in zowel de herstellingsbeweging als in de vredesbeweging! Beide hebben Jesaja’s profetische woorden aangaande het komende millenium gemeenschappelijk, maar heiligen der laatste dagen noch vredesactivisten zijn zich daarvan bewust. Heiligen der laatste dagen menen dat Jesaja’s woorden letterlijk moeten worden genomen, en hun tempelceremonies staan daarom in verband met de door de vredesbeweging meest aangehaalde schrifttekst over het millenium “en zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen”:

    En het zal geschieden in het laatste der dagen, wanneer de berg van het huis des Heren zal vaststaan op de top der bergen en verheven zal zijn boven de heuvelen, en alle natiën zullen derwaarts heenstromen. En vele volken zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs; en Hij zal ons leren aangaande zijn wegen, en wij zullen in zijn paden wandelen; want uit Zion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten onder de natiën en vele volken berispen; en zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen — geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen nooit meer oorlog leren.

    Maar om de een of andere reden vindt deze tekst geen weerklank onder Utah-mormonen; de enige schrifttekst in het Oude Testament en in het Boek van Mormon die over hedentendaagse tempels gaat, terwijl we het nieuwe Millenium naderen. De enige tekst die onze tempelbouw in verband brengt met het bevorderen van vrede en ontwapening. Gordon B. Hinckley verklaarde in zijn Conferentietoespraak “Dit Grootse Jaar van het Millenium” vanuit het nieuwe Conferentiecentrum in Salt Lake City:

    Dit prachtige gebouw, direct naast de tempel, doet me denken aan de bekende profetische uitspraak van Jesaja: “En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem…. Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heren (Jesaja 2:2-3, 5).

    Wijlen president Hinckley citeerde vers 4 niet in zijn toespraak: “zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden”, en “geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen”. Ik kan alleen maar veronderstellen dat de meeste heiligen der laatste dagen hun roeping t.o.v het millenium niet aanvaarden c.q. dat e.e.a. niet wordt vernoemd door een gebrek aan toewijding van de kant van de HLD Kerk als het om vrede gaat. Evenals religies onzeker zijn over het gebruik van geweld, zijn ze ook onzeker over geweldloosheid om sociale verandering te bewerkstelligen. Vrede wordt hoofdzakelijk ervaren als innerlijke vrede, als vrucht van de Geest en van bekering – als het Eind van het pad, en niet als de Weg. Mahatma Gandhi zei eens: “Er leiden geen paden tot vrede, Vrede is de Weg!”

    President Hinckley legt het verband uit: “Ik geloof dat [Jesaja's] profetie verwijst naar de prachtige historische tempel in Salt Lake, maar ook naar deze prachtige conferentiezaal. Want vanaf dit spreekgestoelte zal de wet uitgaan, samen met het woord en getuigenis des Heren. Moge de Here ons als volk zegenen. In dit grootse jaar van het millenium vinden we nieuwe aanmoedigingen. Mogen we in de voetsporen treden van de grote Jehova, de God van Abraham, Izaak, en Jacob”. Ik kan nauwelijks wachten!

    Zwaarden tot ploegscharen

    “Zwaarden tot ploegscharen” is een algemeen bekend begrip op het gebied van vredesbesprekingen waar militaire wapensystemen worden omgebouwd t.b.v. vreedzame maatschappelijke toepassingen. De ploegschaar wordt vaak gebruikt als creatief symbool waar de mensheid zich haar voordeel mee kan doen, als contrast met het vernietigende oorlogstuig dat door het zwaard wordt gesymboliseerd; een eveneens scherp geslepen metaal met een nogal tegengestelde bedoeling. De bekende uitdrukking “zwaarden tot ploegscharen” is gebruikt door uiteenlopende sociale en politieke groeperingen.

    Ploegschaar-bewegingen worden gevormd door mensen die zich toewijden aan vrede en ontwapening, die op geweldloze, veilige, publiekelijke en verantwoordelijke manier wapensystemen of oorlogstuig willen ontmantelen zodat deze niet langer een gevaar voor mensen opleveren.

    Ploegschaar-aktivisten worden getraind in veiligheid en geweldloosheid en vormen blijvende aktiegroepen. Ploegscharen is een belichaming van de Bijbelse profetie om “zwaarden tot ploegscharen om te smeden”, maar is hedentendage geen christelijke beweging meer, maar is er een die mensen van allerlei geloven – of geen geloof – omvat. De onderliggende gedachte is een universele oproep tot vrede, om oorlog af te schaffen en vreedzame manieren te vinden om conflicten op te lossen. Die oproep herkent het machtsmisbruik dat oorlog altijd is, en de enorme immoraliteit die dreigt met doden (van de website Trident Ploughshares).

    Men zou zich af moeten vragen: wat hebben mormoonse tempels van doen met vredestichten tussen de volken en met het niet langer geld uitgeven voor militaire operaties maar voor vredelievende en constructieve aktiviteiten? Het verband is er volgens mij wel, maar niet erg duidelijk zoals u zich kunt voorstellen. Gordon B. Hinckley zei over de tempel in Salt Lake City:

    “In de tempel wordt een mate van vrede ervaren. Men laat de wereld met al haar glans en glitter achter zich. In het huis des Heren heerst rust. Degene die er dienen weten dat zij met eeuwige zaken bezig zijn. Iedereen is er in het wit gekleed. Men praat er zachtjes. Gedachten zijn er verheven. Het is een heiligdom van dienstverlening. Het meeste werk dat in dit heilig huis verricht wordt, wordt plaatsvervangend gedaan t.b.v. degenen die door de sluier des doods zijn gegaan. Dit heiligdom wordt een plaats van onderricht aangaande de goede en heilige dingen Gods. We zien het plan van een liefdevolle Vader aan het werk t.b.v. Zijn zonen en dochteren onder alle generaties. Het is als het ware een illustratie van de eeuwige reis van de mens: van een voorbestaan, naar dit leven, naar het hiernamaals … “

    Ik schreef een ander artikel: “tempels: vredestructuren”, waarin de gedachte van tempels als leerscholen wordt aangehaald: (HoPE – Holistic Peace Education) een begrip dat in de toekomst gebruikt zou kunnen worden als een mormoons stramien voor sociale verandering. Voorzover ik het goed begrijp is het de bedoeling om overal ter wereld tempelgemeenschappen te stichten; individuen, gezinnen en buurten die leven overeenkomstig heilige verbonden en die op die manier “Zion willen vestigen”. Door de jaren heen heeft “Zion” steeds meer aan betekenis verloren. Tegenwoordig hebben we het over Zion als als het Koninkrijk Gods op aarde, d.w.z. de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

    Het visioen van een andere en betere samenleving is dus aan het vervagen. De tempel wordt “een stilte in de storm”, “een vluchtheuvel temidden van chaos”; eigenlijk een soort mormoons isolationisme. Het mooie daarvan is dat geen enkele kerk of maatschappelijke stroming zich in het luchtledige bevindt. Wanneer geweld onverminderd blijft toenemen in de maatschappij, dan zullen we wellicht concluderen – hopelijk voor het te laat is – dat ook wij onze wapens moeten neerleggen. Opdat de woorden van Jesaja mogen worden vervuld. In dat verband mag worden vermeld dat er welkome veranderingen zichtbaar zijn in de HLD Kerkelijke richtlijnen. Ik maak in het bijzonder melding van de recentelijke nieuwe “doelstelling” van de Kerk “om voor de armen en behoeftigen te zorgen” (geen nieuw idee, maar wel een nieuw accent). Die hernieuwde nadruk is goed, maar ze verschaft nog geen visioen van een andere en betere samenleving.

     
c
Maak een nieuw bericht
j
volgende post/volgende reactie
k
vorige post / vorige opmerking
r
reactie
e
Bewerken
o
toon / verberg reacties
t
ga naar boven
l
go to login
h
show/hide help
shift + esc
opheffen
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.