2 Nephi 4: Waarom ben ik toornig wegens mijn vijand?

En waarom zou ik, wegens mijn vlees, voor de zonde zwichten? Ja, waarom zou ik voor verzoekingen bezwijken, zodat de boze plaats vindt in mijn hart om mijn vrede te vernietigen en mijn ziel te kwellen? Ontwaak, mijn ziel! Kwijn niet langer weg in zonde. Wees verblijd, o mijn hart, en geef niet langer plaats aan de vijand van mijn ziel.

De engelstalige uitdrukking “droop in sin” komt uit het Oud-Noorse “drúpa”, hetgeen betekent: “lijdzaam het hoofd laten hangen”. “Kwijn niet langer weg in zonde”: zijn het niet woede en geweld die lijden veroorzaken? De afbeelding hieronder is getiteld: Nephi’s bedroefdheid, en illustreert heel goed het geestelijk lijden dat Nephi in bovenstaande tekst tot uitdrukking brengt.

NEPHI’S BEDROEFDHEID

Linksboven in de afbeelding is de volgende tekst te lezen:

“En het geschiedde dat de Geest er bij mij op aandrong Laban te doden; maar ik zeide in mijn hart: Nooit te eniger tijd heb ik het bloed van een mens vergoten. En ik deinsde terug en wilde dat ik hem niet behoefde te doden. En wederom zeide de Geest tot mij: Zie, de Heer heeft hem in uw handen overgeleverd. Ja, en ik wist ook dat hij had getracht mij van het leven te beroven; ja, en dat hij niet wilde luisteren naar de geboden des Heren; en ook had hij zich ons bezit toegeëigend. En het geschiedde dat de Geest wederom tot mij zeide: Dood hem, want de Heer heeft hem in uw handen overgeleverd; zie, de Heer doodt de goddelozen om zijn rechtvaardige doeleinden te vervullen. Het is beter dat één mens omkomt dan dat een natie in ongeloof verkommert en verloren gaat”. (1 Nephi 4: 10-13)

.
Het viel mij op dat de kunstenaar – te midden van al die Boek van Mormon helden in de serie “wie is jouw held” – nu juist de bedroefde Nephi (met zijn innerlijke tweestrijd) uitbeeldt, als hij Laban “moet” doden. Alhoewel we dit in ons eerste studiehoofdstuk behandelden waarin we de onzekerheid over het gebruik van geweld bespraken van religie in het algemeen en van het Mormonisme in het bijzonder, zien we hier in 2 Nephi 4: een Nephi die er genoeg van heeft om zijn vijanden te bestrijden; Nephi’s gebed voor vrede: “waarom zou ik voor verzoekingen bezwijken, zodat de boze plaats vindt in mijn hart om mijn vrede te vernietigen en mijn ziel te kwellen?” Mahatma Gandhi legt uit dat: “Bidden niet hetzelfde is als vragen: het is een zielsverlangen, een dagelijkse erkenning van de eigen zwakheid. Het is beter, met het hart en zonder woorden te bidden, dan met woorden zonder hart te bidden.”

De nieuwe Studiegids voor Instituutleerlingen suggereert: “Misschien voelde Nephi zich bedrukt door wat we als onbetekende zwakheden zouden kunnen beschouwen die hem bedroefd maakten en wilde hij zich van letterlijk alle zonden bevrijden.” Maar is woede een onbetekende zwakheid?

In een recentelijke conferentietoespraak (Okt. 2009) vermaande Pres. Thomas S. Monson de mannen in de kerk: “beheers uw gevoelens, mijn broeders”: “Mijn broederen, we kunnen allemaal overmand worden door dat soort gevoelens die, als we niet oppassen, tot woede kunnen leiden. We ervaren onplezierige dingen en irritatie of weerzin, en als we het toelaten verliezen we ons geduld en worden we kwaad op anderen. Heel ironisch zijn die anderen vaak onze eigen familieleden – mensen die we juist het meeste liefhebben. Jaren geleden las ik het volgende krantenartikel. Een bejaarde man vertelde tijdens de uitvaartplechtigheid van zijn broer, met wie hij van jongsafaan een eenkamerwoning had gedeeld, dat ze 62 jaar geleden na een woordenstrijd de kamer in tweeen deelden met een krijtstreep en sindsdien aan hun eigen kant van de kamer waren gebleven zonder met elkaar te spreken. Denk eens aan de gevolgen van die woede en woordenstrijd: hoe tragisch! Laten we het weloverwogen besluit nemen, dat elke keer als we een beslissing moeten nemen, we ons niet door woede laten leiden, en haatdragende taal achterwege zullen laten.”

Mahatma Gandhi zei: “Woede en onverdraagzaamheid zijn de aan elkaar gekoppelde vijanden van een juist begrip”, en “Men zou zijn woede moeten afleggen alvorens te gaan slapen,” Jezus zei iets dergelijks in zijn Rede tot de Nephieten:

“Gij hebt gehoord dat er is gezegd door hen van weleer — en het staat tevens geschreven vóór u — dat gij niet zult doden; en voor wie doodt, dreigt het gevaar van het oordeel Gods; maar Ik zeg u, voor wie vertoornd is op zijn broeder dreigt het gevaar van zijn oordeel. En voor wie tot zijn broeder zegt, leeghoofd, dreigt het gevaar van de raad; en voor wie zegt, gij dwaas, dreigt het gevaar van het hellevuur. Daarom, indien gij tot Mij komt, of verlangt tot Mij te komen, en gij herinnert u dat uw broeder iets tegen u heeft — ga dan naar uw broeder toe, en verzoen u eerst met uw broeder, en kom dan tot Mij met een volmaakt voornemen des harten, en Ik zal u aannemen.” (3 Nephi 12: 21-24)

Tijdens de eerste jaren van de burgerrechten-beweging, verzamelde zich een woedende menigte rond een huis waarin een bom was afgegaan. Sommige mensen scholden de ambtenaren uit die de schade kwamen opnemen. Het was de woning van dominee Martin Luther King. Op 30 jan. 1956 was de bus-boycot nog in volle gang, en King was in zo’n boycotvergadering. Tijdens zijn afwezigheid had iemand een bom op zijn veranda geplaatst. Coretta – de vrouw van King – en dochter Yolanda waren in het huis maar bleven ongedeerd. Maar de woedende menigte liet zich niet tot kalmte manen.

Martin Luther King sprak ze toe op de veranda en keek naar de woedende mensen in zijn voortuin. Hij voelde aan dat sommigen van hen klaar stonden om vernielingen in de stad te gaan veroorzaken. Maar zijn gelaat vertoonde bedroefdheid, geen woede of angst. “We zijn tegen geweld”, zei hij. “We willen onze vijanden liefhebben … Als ik word gestopt zal ons werk doorgaan, omdat we met de juiste dingen bezig zijn. Onze zaak is rechtvaardig en God is met ons.” De menigte werd stil. Het huis van King was beschadigd, zijn gezin had gedood kunnen worden. Toch stond hij daar en sprak over liefde en vergeving. Een man verbrak de stilte en riep uit: “God zegene U!”, en de anderen zeiden: “Amen!” Boeddha onderwees dat “kwaadheid vasthouden is als naar een gloeiendhete kool te grijpen om naar iemand te gooien; maar je brandt jezelf”.

Malcolm X zei het volgende over Dr.Martin Luther King: “Geen kwaad woord over hem. De blanken noemden hem een racist, een extremist en een communist. Maar toen ze met de Black Muslims te maken kregen, dankten zij God voor Martin Luther King.” De opstelling van Malcolm X was radicaler en gewelddadiger, en hij was van mening dat geweld uit zelfverdediging eigenlijk geen geweld was. “Ik ben niet uit op geweld; maar je moet nooit geweldloos zijn tenzij je met geweldloosheid te maken hebt. Ik ben geweldloos t.o.v. mensen die geweldloos zijn t.o.v. mij. Maar als je mij geweld aandoet kan ik niet meer voor mezelf instaan.”

Jezus leerde ons dat we verantwoordelijk zijn voor hetgeen we doen, en Nephi wist dat maar al te goed: “ga dan naar uw broeder toe, en verzoen u eerst met uw broeder, en kom dan tot Mij met een volmaakt voornemen des harten, en Ik zal u aannemen”. Meer dan waarschijnlijk enig ander boek onderwijst het Boek van Mormon ons waarom vrede bij onszelf begint, en over het belang van vrede stichten in onze gezinnen en families.