2 Nephi 18-24: de Eeuwige Vader, de Vredesprins

2 Nephi 19: 2-7

Het volk dat in duisternis wandelde, heeft een groot licht gezien; het licht heeft geschenen op hen die wonen in het land van de schaduw des doods.

Gij hebt het volk vermenigvuldigd en zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, en zoals men juicht bij het verdelen van de buit.

Want het juk van zijn last, en de stand op zijn schouder, de roede van zijn verdrukker, hebt Gij verbroken.

Want elke strijd van de krijgsman gaat gepaard met verward rumoer, en klederen gewenteld in bloed; maar deze zal zijn met verbranding en een prooi van het vuur.

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder; en men noemt zijn naam Wonderbaar, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

Er is geen einde aan de uitbreiding van de heerschappij en de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te ordenen en het met recht en gerechtigheid te grondvesten, ja, voor eeuwig. De ijver van de Heer der heerscharen zal dit doen.