2 Nephi 25-27: Hij verwerpt niemand die tot Hem komt

Want [ de Heer] doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij verwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de heidenen indachtig; en allen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken. (2 Nephi 26:33)

Tijdens het ontvangen van openbaring waarop hij de Afdeling 164 van de Leer en Verbonden baseerde, beschrijft profeet-president Veazey van de Gemeenschap van Christus in zijn meest recentelijke advies aan de kerk: “Na vele (schrift)teksten grondig te hebben bestudeerd, vestigde de Heilige Geest mijn aandacht op Galaten 3: 27-29 :

Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.

Bij het bestuderen van die passage verschafte de Geest mij inzicht in de bredere dimensie van Gods genade die werkzaam is door Christus in het transformeren van intermenselijke verhoudingen in deze verdeelde wereld. Ik ontving daardoor nog meer dan tevoren een getuigenis van de macht van het evangelie van Christus om gestalte te geven aan een nieuwe schepping onder diegenen die de moed hebben haar boodschap in een geheiligde gemeenschap te leven.” Profeet veazey geeft daarop een toelichting in de volgende verzen van Afd. 164, en hoe deze zich verhouden tot 2 Nephi 26:33 en Galaten 3: 27-29:

5. Het is cruciaal te begrijpen dat wanneer men waarlijk in Christus gedoopt is, men deel gaat uitmaken van een nieuwe schepping. Door het leven en de gedachte van Christus op zich te nemen, ziet men zichzelf en anderen vanuit een ander perspectief. Waar men mensen voorheen zag in het licht van economische status, sociale klasse, geslacht en seksuele geaardheid, of etnische afkomst, is dat voortaan niet meer het belangrijkste. Door het evangelie van Christus ontstaat er een nieuwe gemeenschap waar verdraagzaamheid, eenheid in verscheidenheid, en liefde worden geboren als een waarneembaar teken van de komende heerschappij van God.

6a. God, de Schepper aller dingen, zoals in Christus geopenbaard, is begaan met menselijke gedragingen en verhoudingen die de waarde en begaafdheid aller mensen hooghoudt en de meest kwetsbaren onder hen beschermt. Dergelijke verhoudingen moeten zijn verankerd in de beginselen van Christelijke liefde, wederzijds respect, verantwoordelijkheid, verbondenheid en getrouwheid, waar geen enkele wet op tegen is.

b. Wanneer de kerk die beginselen vollediger begrijpt en consequenter toepast dan zouden allerlei vragen kunnen worden beantwoord in het licht van Gods heilige doeleinden: vragen over verantwoordelijke menselijke seksualiteit, rolverdeling en geaardheid, over intermenselijke verhoudingen en over het huwelijk.

Nephi’s theologie van een God die alle mensen uitnodigt tot hem te komen, van hem te leren en met hem aan een inclusieve gemeenschap te werken, wordt heel goed verwoord in de afsluitende hoofdstukken van het Tweede Boek van Nephi. In sommige verzen klinkt dan ook Nephi’s begrip door, van Gods onvoorwaardelijke liefde voor zijn kinderen -aan allen gelijkmatig geschonken – een liefde die het niet uitmaakt wat iemand in het verleden heeft gedaan, zonder aanziens des persoons, die allen uitnodigt met Christus verzoend te worden en aangenomen te worden door een broeder of zuster in het geloof:

24 Hij doet niets, tenzij het voor het welzijn der wereld is; want Hij heeft de wereld lief, zodat Hij zelfs zijn eigen leven aflegt teneinde alle mensen tot Zich te kunnen trekken. Daarom gebiedt Hij niemand om geen deel te hebben aan zijn heil.

25 Zie, is er iemand die Hij toeroept, zeggende: Ga van Mij heen? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, Hij zegt: Komt tot Mij, al gij einden der aarde, koopt melk en honing zonder geld en zonder prijs.

26 Zie, heeft Hij iemand geboden om de synagoge of het bedehuis te verlaten? Zie, ik zeg u, neen.

27 Heeft Hij iemand geboden om geen deel te hebben aan zijn heil? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, Hij heeft het alle mensen om niet gegeven; en Hij heeft zijn volk geboden alle mensen tot bekering te bewegen.

28 Zie, heeft de Heer iemand geboden om geen deel te hebben aan zijn goedheid? Zie, ik zeg u, neen; integendeel, alle mensen zijn gelijkelijk begunstigd, en niemand wordt buitengesloten. (2 Nephi 26:24-28)

In een verslag n.a.v. een theologische aanbeveling over het vraagstuk van Rechtvaardige en Inclusieve Gemeenschappen, kwamen leden van de Ecumenische Beweging tot de volgende conclusies:

Moeilijke discussies werden gehouden op het gebied van Christologie. Men ervoer dat de dominante Christologien in onze kerkekn dikwijls bijdragen aan de uitsluiting van sociaal-zwakke groeperingen. Men was van mening dat het belangrijk is Christologie te formuleren op basis van concrete ervaringen aangaande uitsluiting, daarbij nadruk leggend op de gebroken Jezus aan het kruis, en de Christus die de gebroken schepping articuleert en integreert in de opstanding. Soms hanteert men daarbij taalgebruik dat spreekt over een Jezus als zondeloze en vleesgeworden zoon van God, die de gedaante op zich neemt van degenen die worden uitgebuit en uitgesloten, mensen met handicaps, kleurlingen, verachte kasten, gemarginaliseerde inheemse volken, mishandelde vrouwen en kinderen, ouderen, mensen met een afwijkende seksuele geaardheid, enz., dat alles met als doel om tendenzen in bepaalde culturen en structuren tegen te gaan die intermenselijke verhoudingen overheersen en soms doen verstikken.

Een dergelijk meervoudig begrip aangaande Christus stelt de kerk – het lichaam van Christus – in staat een inclusieve gemeenschap te worden. Het lichaam van Christus lijdt als in barensnood en verlangt naar herstelling en heelheid van de schepping: dit alles vanwege de talloze manieren waarop mensen elkaar uitsluiten. (Romeinen 8: 18-25). Jezus is de meest getrouwe beeltenis van een inclusieve God (Kolossenzen 1:15-20).