door Ted Grimsrud
vertaling door Robert Poort vanuit het engelstalige werk: ”Peace Theology“ by Ted Grimsrud, ‘for the purpose of considering issues of war and peace, violence and nonviolence, from a Christian theological perspective’.
Heeft ‘pacifisme’ eigenlijk nog wel een toekomst? Ik denk van wel. Pacifisme moet echter worden toegelicht, te beginnen met onduidelijkheid over terminologie. Hier volgt wat ik onder ‘Pacifisme’ versta. Kernachtig uitgedrukt bedoel ik met pacifisme: liefde voor vrede. Pacifisme is de overtuiging dat niets zo belangrijk is als liefde, genegenheid, mededogen, medelijden en zorgzaamheid.
In het Oude Testament wordt het woord ‘shalom’ dikwijls vertaald met ‘vrede’, en ze omvat al de genoemde deugden (liefde, genegenheid, herstellende rechtvaardigheid, enz.). Gelijksoortige woorden voor ‘vrede’ zijn o.a. ‘gezondheid’ en ‘heelheid’. Vrede stichten wil zeggen: genezing brengen.
Vanuit een dergelijk begrip kunnen twee conclusies getrokken worden. Ten eerste: als liefde alles is, dan is er geen ruimte over voor geweld. Geweldloosheid komt voort uit liefde voor vrede, ze is er echter niet het uitgangspunt van. Een pacifistische houding is niet allereerst het vermijden van het kwaad, maar is aktief bezig het goede te zoeken. Ten tweede: pacifisme is aktie gericht op heelheid en genezing, en heeft naar mijn gevoel niets met ‘passiviteit’ te maken, hoezeer de woorden pacifisme en passiviteit ook op elkaar lijken; pacifisme heeft ook niets met ‘terugtrekken’ van doen, alhoewel dat soms in spotprenten wordt gesuggereerd.
Ik heb er baat bij het pacifisme als eschatologisch te zien: ze heeft van doen met het ‘einde’ van ons als menselijke wezens. Dat ‘einde’ kent twee aspecten: wat onze bestemming is, en wat onze beweegreden is.
Christenen geloven dat ‘Pacifisme’ (liefde voor vrede) onze eindbestemming is. Volgens Jesaja 11 zal de wolf zal verkeren met de leeuw, Psalm 46 spreekt over het moment dat oorlogstuig vernietigd zal worden, en volgens Openbaring 21-22 zullen de naties heelgemaakt worden. ‘Pacifisme’ (liefde voor vrede) is ook het doel van ons bestaan.
Gods betrokkenheid bij de turbulente geschiedenis van de mensheid stelt zich ten doel de verstoorde vrede te herstellen – en mensen bijeen te vergaderen om dat doel te verwezenlijken. Waar het bij Pacifisme dus om gaat, is waar we naar toe gaan en hoe daar te komen. Een pacifistische levensbeschouwing geeft heel nadrukkelijk vorm aan hoe we ons leven inrichten. Ze verschaft een doel en een reden, en is er vooral op uit gezondheid, heelheid en genezing te brengen in een zieke en gebroken wereld vol conflicten.
Zowel vriend als vijand van de Bijbel zullen ons er op wijzen dat de Bijbel ons geen duidelijke en gedetailleerde plattegrond verschaft voor radicaal pacifisme. De meeste mensen gedurende het overgrote deel van de afgelopen 2000 jaar die de Bijbel als gezaghebbend beschouwden, verwierpen immers pacifisme, evenals dat tegenwoordig het geval is. Daaruit volgt dat de Bijbel dus niet als uitgangspunt voor iemands pacifisme kan dienen, alsof daarvoor een vanzelfsprekend bijbels perspectief zou bestaan.
Het is dan ook niet voordehandliggend wat de beste benadering zou moeten zijn voor een bijbelgerichte pacifist bij het uitdragen van zijn of haar overtuiging. Christelijk pacifisme zou in het algemeen kunnen worden gepresenteerd d.m.v. een direct – punt voor punt – debat met het meerderheidstandpunt, maar dat zou wel eens een vervelende en eindeloze aangelegenheid kunnen worden.
Dit boek kiest voor een andere benadering, die zich eenvoudigweg toelegt op een manier van bijbellezen die leidt tot pacifisme. Voor de pacifist is het misschien overduidelijk dat dit de beste manier van bijbellezen is, maar het simpele feit dat de meeste Christenen die mening niet delen, vereist een grote mate van bescheidenheid bij een pacifistische uitleg van de Bijbel.
Vervolgens ga ik uitleggen hoe ik de Bijbel lees als pacifist. Mijn uitleg is een voorstel, een aanmoediging bij het lezen van niet-pacifistische werken, een handreiking t.b.v. van degenen die sympatiseren met het pacifisme en aan haar boodschap gestalte willen geven. De Bijbel is de bron van christelijke theologie en ethiek. We gaan de Bijbel lezen met open ogen en met inachtneming van de nodige vragen en twijfels, maar uiteindelijk schenk ik de Bijbel mijn vertrouwen als zijnde een openbaring van God.
Waar het uiteindelijk om gaat is begrip en toepassing van de boodschap van de Bijbel in onze levens- en denkwijze, er vanuitgaande dat de Bijbel ons inderdaad iets te vertellen heeft. Een aanzienlijk deel van de leringen in de Bijbel gaan over vrede en gerechtigheid in algemene zin. Hoe dan ook, mijn aandacht is in dit boek gericht op onderwerpen als geweld en geweldloosheid, oorlog en vrede, maatschappelijke structuren en instituten, gerechtigheid en onrechtvaardigheid, economie en politiek, macht en onderdrukking.
Een stelling die we al lezende kunnen toetsen is dat de kerngedachte van de Bijbel kan worden samengevat als Gods verlangen om heelheid en genezing (zaligheid) aan een gebroken wereld te brengen, een wereld die wordt gekenmerkt door vervreemding. Van het begin tot het einde biedt de Bijbel ons een perspectief aangaande de verhouding tussen menselijke wezens en God. Een dergelijk perspectief brengt o.m. een grote verwijdering aan het licht tussen mensen en God en tussen mensen onderling. De Bijbel beschijft een God die gepassioneerd genezing wil brengen om die verwijdering te overbruggen. De Bijbel is dan ook het verhaal van Gods genezend verlangen, vanaf het scheppingsverhaal in Genesis t/m het visioen van een getransformeerde schepping in het boek Openbaring.
Jezus vatte deze boodschap als volgt samen: hij onderwees dat de mens vooral werd geroepen tot het met hart en ziel liefhebben van God en de naaste. Hij introduceerde die essentiele gedachte in zijn leringen over ‘de wet en de profeten’ (het Oude Testament). Paulus bekrachtigde die lering nog eens door Jezus uit te roepen als de meest volmaakte uitdrukking van een leven dat in overeenstemming is met een dergelijke roeping.
M.a.w. het leven en de leringen van Jezus verschaffen ons een basis om de rest van te Bijbel te evalueren en toe te passen. Zowel Jezus als Paulus gingen er van uit dat hun ‘Bijbel’ (ons Oude Testament) volledig in overeenstemming was met- en licht wierp op – de betekenis van dit grootste gebod om God en de naaste lief te hebben.
De manier waarop we dus de hele Bijbel willen gaan lezen is dan ook uit te gaan van Jezus’ meest essentiele gebod voor zijn volk – God met hart en ziel lief te hebben en onze naaste als onszelf. Als we de rest van de Bijbel lezen vanuit dat grote gebod, respecteren we echter wel de eigen integriteit van de bijbelse gegevens. We lezen het Oude Testament niet vooral als een aankondiging van Jezus, maar meer in termen van tot wie de schrijvers ervan zich in eerste instantie richtten. Daarnaast letten we heel bijzonder op de elementen van het Oude Testament waarin Jezus zijn essentiele boodschap toelicht. Wanneer we lezen over het relaas van de exodus begrijpen we dat het gaat over het volk Israel’s dat van slavernij werd bevrijd. Maar tegelijkertijd herkennen we aanknopingspunten met de boodschap van Christus wanneer we zien dat het verhaal van de exodus ons een God laat zien die de kant kiest van de armen en verdrukten.
De afzonderlijke delen van de Bijbel maken deel uit van een groter geheel, en het grotere geheel is – zo stelden we vast – Jezus’ gebod om God en de naaste lief te hebben. Terwijl we de verschillende stukjes van de puzzel bekijken, zien we ze in relatie tot de gehele afbeelding. Wanneer we dus over Noach en de Zondvloed lezen in Genesis, staat dat voor ons niet los van het geheel, maar geven ze ons een vingerwijzing naar de uiteindelijke, achterliggende boodschap van de Bijbel in zijn geheel.
Hier is nog een – meer algemeen – voorbeeld. Als we denken aan de rol van de vrouw in onze geloofsgemeenschap, zoeken we naar aspecten van het verhaal die tegen de heersende patriarchale culturen uit de Bijbeltijden ingaan en in plaats daarvan wijzen op de meer gelijkwaardige benadering van Jezus. We leggen ons niet slechts toe op omstandigheden die culturele vooroordelen t.o.v. vrouwen aan het licht brengen. We moeten letten op de richtingaanwijzers in het Oude Testament die de ‘politiek van Jezus’ contrasteren met de machtspolitiek van de oude wereldrijken (Egypte, Assyrie, Babylonie).
Door deze benadering laten we niet toe dat wisselende scenario’s de kernboodschap overschaduwen. Uiteraard herkennen we de aanwezige spanning: openlijke steun voor het gebruik van geweld in het Oude Testament wordt door ons niet verdoezeld. We vermijden een keurige harmonisatie van alle onderdelen, en onderkennen dat er soms geluiden zijn die elkaar tegenspreken (sommige schrijvers verlenen krachtige steun aan de koningshuizen in het Oude Testament terwijl andere schrijvers verzet bieden). Het is dus zaak de spanning in perspectief te houden, en de kernboodschap door te laten klinken. Als we gewelddadig materiaal tegenkomen erkennen we dat dit ‘erbij hoort’, maar i.p.v. aan te nemen dat e.e.a. in volledige tegenspraak is met de boodschap van Jezus, gaan we op zoek naar elementen in het verhaal die mogelijkerwijs naar hem vooruitwijzen.
We benaderen de Bijbel met vertrouwen (‘hermeneutics of consent’) en niet met achterdocht (‘hermeneutics of suspicion’). “Hermeneutics” duidt op de wijze van uitleg. Vertrouwen i.v.m. het feit dat we optimistisch mogen zijn over de Bijbel, dat ze inderdaad een boodschap verkondigt van vrede en gerechtigheid in harmonie met de belangrijkste van Jezus’ geboden. Als het iemands overtuiging is dat de wereld vrede en gerechtigheid nodig heeft, dan zou die persoon de Bijbel moeten gaan lezen als een belangrijk naslagwerk voor vrede en gerechtigheid.
Met dit alles wil ik duidelijk maken dat ik een microscopische benadering van de Bijbel wil vermijden, een benadering die zich richt op geisoleerde teksten alsof deze los zouden staan van de rest van de Bijbel. Ik wil niet tewerk gaan alsof ik in de bijbel zoek naar een individuele boodschap specifiek voor mij, of naar specifieke verzen. Ik probeer geisoleerde tekstbewijzen als uitgangspunt voor een theologische benadering te vermijden, en hoef me niet blind te staren op ‘problemen’ los van wat een verhaal ons in haar algemeenheid duidelijk wil maken.
Een belangrijk onderdeel van mijn benadering van vrede en gerechtigheid is dat we ons aangemoedigd weten om het Oude Testament als een verhaal te lezen, dat deels gaat over een politieke strategie – en haar falen. De boodschap van het Oude Testament is – wanneer begrepen in het licht van Christus – dat het streven naar koningschap en koninkrijken zoals in de omliggende naties, een falen betekende toen het erop aankwam God getrouw te dienen. De betekenis van het verhaal voor ons is waardevol als een les hoe Gods volk zich hedentendage niet moet gedragen. En dat is een goede reden waarom het Oude Testament moet worden gelezen in het licht van het liefdevolle gebod van Jezus.
Tenslotte wil ik in dit boek aandacht schenken aan het volledige relaas: de onderscheidelijke verhalen die er deel van uitmaken staan niet op zich maar maken deel uit van een groter geheel. Al gaande zulen we ons steeds afvragen hoe een bepaald voorval zich verhoudt tot het grotere verhaal. Steeds zullen we de vraag stellen hoe een bepaald onderdeel licht werpt op de overheersende boodschap van de Bijbel om God en de naaste lief te hebben.
Jezus deelde in Mattheus 22 met ons zijn prioriteiten.
Iemand vraagt hem wat het grootste gebod is, en hij antwoordt:
‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat’ (Mattheus 22: 34-40). Ook Marcus en Lucas herhalen die vermaning (alhoewel Lucas de uitspraak toeschrijft aan de vragensteller) – en Paulus eveneens, zij het in een iets andere vorm (Romeinen 13:8-10).
Ik onderscheid hier drie zaken die cruciaal zijn voor ons begrip. Ten eerste: voor iemand die in God gelooft draait alles om liefde. Ten tweede: liefde voor God en liefde voor de naaste zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. In het leven en de leringen van Jezus maken we duidelijk op dat hij onder ‘naaste’ verstaat: de mens in nood, de mens t.o.v. wie concrete liefde betoond moet worden (niet als een buitenstaander t.o.v. vreemden en anderen met wie we niets te maken hebben). Ten derde: Jezus somde met zijn woorden de inhoud van de Bijbel heel bewust op, d.w.z. wat Christenen tegenwoordig het Oude Testament noemen. De Wet en de Profeten vormden voor Jezus zijn volledige Bijbel en de boodschap daarin vervat kon volgens hem in dit tweedelige gebod worden samengevat, waarbij hij heel direct uit Deuteronomium en Leviticus citeerde.
In zijn oproep tot liefde, verbind Jezus de mens – die zelfs zijn vijanden lief moet hebben – met God die alle mensen liefheeft. “En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mattheus 5:44-45). Deze woorden van Jezus maken uiteraard deel uit van zijn lange verklaring over een gelovig leven, beter bekend als de Bergrede. Aan het begin van dit manifest maakt hij wederom duidelijk dat zijn vredesboodschap direct voortvloeit uit de Bijbel (wat Christenen het Oude Testament noemen)
“Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen” (Mattheus 5:17).
Evenals het grote gebod regelrecht uit de Wet en de Profeten wordt ontleend, zo komt volgens Jezus de oproep om alle mensen lief te hebben (zelfs onze vijanden) eveneens voort uit de Wet en de Profeten. Het Oude Testament vertoont een groot aantal verschillende houdingen t.o.v. vijanden van het Hebreeuwse volk. De boodschap van Jezus loopt echter als een rode draad door het hele bijbelse verhaal, en hij verschaft daarmee een formule hoe de vredesboodschap van shalom – de belangrijkste boodschap van de Bijbel – moet worden verstaan.
De Bijbel openbaart vanaf het eerste begin een God die vrede wenst – vrede voor alle mensen. Cruciaal daarbij is dat Gods liefde door alle geslachten gekanaliseerd wordt d.m.v. een geloofsgemeenschap door God geleid als een uitgekozen volk van belofte. Het verhaal maakt duidelijk dat een dergelijke verkiezing volledig op genade berust – Gods nimmer aflatende liefde voor degenen die hij verkoos is op zich immers een uitdrukking van Gods liefde voor vijanden. Telkens weer, zo maakt het verhaal ons duidelijk, wendt het volk zich van God af. En toch antwoord God uiteindelijk niet met geweld en wraak, maar met genezende liefde.
De eerste roeping van Abraham en Sara en het geschenk van een nageslacht, ondanks hun onvruchtbaarheid (en ondanks hun trouweloosheid), alles dat God in het werk stelt om het Hebreeuwse volk te bewaren en te behouden en ze van slavernij in Egypte te bevrijden (en ook hier weer ondanks hun trouweloosheid), het geschenk van de Torah om hen als verbondsvolk te leiden (een priesterlijk koninkrijk dat Gods liefde bemiddelt voor de hele wereld), en vele andere gaven met inbegrip van het nieuwe leven dat het Hebreeuwse volk werd ingeblazen na hun uiteenvallen als natie (een uiteenvallen dat de Hebreeuwse profeten direct toeschreven aan de trouweloosheid van het volk) – al deze gaven geven overduidelijk blijk van Gods liefde, zelfs wanneer zij dit niet verdienden en er onwaardig voor waren.
De voornaamste lering die Jezus trok uit het relaas van God en zijn volk, is dat volgens hem de boodschap daarin vervat kan worden samengevat in de woorden van Jezus zoals beschreven door Lucas: “Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lucas 6:35-36).
Door de essentie van de liefde op die manier te articuleren, maakt Jezus duidelijk dat hij op die manier de Bijbel leest. Het gebod van de liefde somt de wet en de profeten op, en laat ons overduidelijk zien hoe volgelingen hun leven moeten inrichten in de wereld. D.w.z. als we pacifisme verstaan als het geven van de hoogste prioriteit aan de liefde, dan legt Jezus hier voor Christenen het fundament voor pacifisme.
Jezus volgende, merken we onder de latere schrijvers van het Nieuwe Testament een parallel op in de wijze waarop het kernbegrip liefde, zelfs voor de vijand, wordt weergegeven als een weerspiegeling van de wijze waarop God liefheeft. Ik vermeld slechts de brief van Paulus aan de Romeinen. In hoofdstuk vijf beschrijft Paulus Gods overweldigende liefde voor ons d.m.v. het leven en de dood van Jezus, “toen wij nog zondaars waren”, en “toen we nog vijanden waren” (Romeinen 5:8-10). Even later onderschrijft paulus (die net als Jezus de essentie van de Bijbel samenvatte [lees: het Oude Testament]) nog eens de samenvatting die Jezus gaf van de essentie van de boodschap van de Torah: “‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde” (Romeinen 13:9-10).
Het essentiele gebod van de liefde vormt het voornaamste en meest fundamentele thema waarop Christelijk pacifisme is gebaseerd, hetgeen door Jezus werd verduidelijkt als een weerspiegeling van het relaas van de Bijbel als geheel. Het gebod van de liefde vormt de hoeksteen van Christelijk pacifisme – in positieve zin: de liefde uitroepen als de hoogste ethische norm die nimmer kan worden verdrongen door de een of andere ethiek die geweld rechtvaardigt, en in negatieve zin: het leggen van een fundament om afwijzend te kunnen staan t.o.v. deelname aan oorlog als een moreel aanvaardbare keuze.
Met dit boek beoog ik dat we de gehele Bijbel gaan lezen volgens de prioriteiten die Jezus ons gaf, er vanuitgaande dat hij klaarblijkelijk het gebod van de liefde zag als een samenvatting van de gehele boodschap, dus mogen wij daar ook van uitgaan.
