.
Mormoonse Bevrijdings Theologie
Gustavo Gutierrez definieert theologie als “kritische reflectie op historische praxis”. Het beoefenen van theologie vereist van de theoloog dat hij of zij zich volkomen verdiept in de eigen intellectuele en sociopolitieke geschiedenis. Theologie is geen systeem van tijdloze waarheden waarbij de theoloog zich bezighoudt met een zich steeds herhalend proces van systematiek en apologetiek. Theologie is een dynamische en voortdurende beschouwing over moderne inzichten aangaande kennis (epistemologie), de mens (antropologie), en geschiedkunde (maatschappelijke analyse).
Douglas Davies stelt in ‘The Mormon Culture of Salvation’ dat de LDS Kerk als herstellingsbeweging ontstond vanwege een gebeurtenis in een bepaalde tijd en omgeving, niet alleen in Bijbelse landen, maar ook in Noord en Centraal Amerika, de landen van de verhalen van het Boek van Mormon. Heel in het bijzonder werd de jonge Joseph Smith door goddelijke wezens opgedragen de Kerk te stichten. Dit gegeven verschaft ook het Mormonisme een specifieke tijd en plaats waardoor geschiedenis en verhaal in het Mormonisme dikwijls de rol vervult die theologie inneemt in andere religies”.
Davies zegt verder: “de culturele investering in de betekenis van de herstelling door de profeet Joseph Smith maakte een grote kerkelijke belangstelling voor haar geschiedenis onvermijdelijk, daarmee de weg banend voor een bijzondere historische interpretatie. Heroische geloofsverhalen van eerdere generaties – persoonlijk getuigenis, profetische verklaringen en handelingen van leiders, verschaffen een complex geheel van kennis in de geloofservaring, meestal met een amerikaans tintje, maar niettemin verbonden met de wereldgeschiedenis in het algemeen.
Volgens Gutierrez betekent ‘praktijk’ meer dan toepassing van theologische waarheden in een bepaalde situatie. Het betekent het ontdekken en formuleren van theologische waarheden vanuit een bepaald historisch perspectief middels persoonlijke deelname aan de klassestrijd t.b.v. een nieuwe egalitaire samenleving. In de Bevrijdingstheologie is bijbelse geschiedenis van belang naarmate ze menswaardigheid en gerechtigheid formuleert en illustreert. Israel’s bevrijding uit Egypte in de Exodus, en Jezus’ leven en dood, zijn de prototypen in de hedentendaagse menselijke strijd voor bevrijding. Nephi leerde ons de oude bijbelverhalen teneinde deze voor eigen nut op onszelf toe te passen: “ik las hun vele dingen voor die op de platen van koper waren gegraveerd, opdat zij zouden weten van de handelingen des Heren in andere landen, onder mensen van weleer” (1 Nephi 19:23).
De huidige praktijk (niet ‘praxis’) binnen de LDS Kerk ziet de wereldwijde gebeurtenissen, zowel voor als na de Herstelling – de Reformatie, de geinspireerde amerikaanse grondwet, de val van het Communisme, en de aanname van de V.S. van haar goddelijke bestemming om wereldvrede en vrijheid te vestigen, als nauw met elkaar verweven en van exclusieve kosmische omvang. De vraag dringt zich op : aan welke kant van de geschiedenis staat de LDS Kerk vandaag de dag?
Bevrijdingstheologen zijn het eens met de befaamde uitspraak van Marx: “Filosofen legden tot nu toe de wereld uit; het is onze taak haar te veranderen”. Ze beweren dat theologen niet zouden moeten theorizeren, maar praktizeren in de strijd om de samenleving te transformeren (bekering op grote schaal). Bevrijdingstheologie hanteert daartoe net als Marx een klasse-analyse die de maatschappij onderverdeelt in onderdrukkers en onderdrukten. Die confronterende sociologische analyse wil onrechtvaardigheid en uitbuiting in een historische context plaatsen. Marxisme en bevrijdingstheologie veroordelen religie in haar steun voor de status quo en voor haar legitimatie van de macht van de onderdrukker.
.
Redders op de Berg Zion
Maar in tegenstelling tot Marxisme richt bevrijdingstheologie zich op het Christelijke geloof om bevrijding tot stand te brengen. Wat Marx niet onderkende was de emotionele, symbolische en sociologische kracht die de Kerk zou kunnen zijn in de strijd om rechtvaardigheid. Dat brengt ons in deze tijd bij het dilemma van leden van de Kerk overal ter wereld waar onrechtvaardige structuren zijn, waar zij gebukt gaan onder het juk van tirannie en corruptie. Moeten zij zich afvragen of zij de invloed van de Kerk zouden moeten gebruiken om het proces van transformatie van sociale structuren te versnellen? Gutierrez beweert dat bouwen aan een rechtvaardige samenleving (opbouw van Zion) in relatie staat tot het opbouwen van het Koninkrijk Gods op aarde, en dat het meedoen aan het proces van sociopolitieke bevrijding in veel landen als het ware als werken aan zaligheid kan worden gezien: “En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn” (Joel 2:32).
De bijbelse opvatting t.a.v. zaligheid wordt gelijkgeschakeld met het proces van bevrijding van onderdrukking en onrechtvaardigheid. Zonde wordt gedefinieerd als onmenselijk gedrag t.o.v. anderen. In feite schakelt bevrijdingstheologie het liefhebben van de naaste gelijk met het liefhebben van God. De twee zijn niet alleen onafscheidelijk, maar ook vrijwel niet van elkaar te onderscheiden. De toespraak van Koning Benjamin in het Boek van Mormon licht toe: “opdat gij zult leren dat wanneer gij in dienst van uw medemensen zijt, gij louter in dienst van uw God zijt” (Mosiah 2:17).
