2 Nephi 1: this land was made for you and me
.
.
In dit hoofdstuk bestuderen we twee aspecten uit de vermanende woorden die vader Lehi tot zijn kinderen sprak:
1. De amerikaanse continenten – zowel Noord als Zuid – zijn verkieselijk boven alle landen ter wereld, door God behoed teneinde een doorslaggevende rol te kunnen spelen in de laatste dagen voor het duizendjarige Koninkrijk Gods. Er zijn echter twee manieren hoe we Amerika en haar rol in de moderne geschiedenis kunnen zien: héél vaak horen we het: “God bless America”, maar veel minder: This land was made for you and me”.
2. Lehi moedigt zijn zonen aan “mannen van Zion te zijn”, “één van zin en één van hart, en in alle dingen eendrachtig”. Martin Luther King jr. vernoemt in zijn befaamde toespraak “the drum major” dezelfde goddelijke beginselen voor de vestiging van het Koninkrijk Gods in de laatste dagen.
.
1. This land was made for you and me
wij hebben een land van belofte verkregen, een land dat boven alle andere landen verkieslijk is; een land waarover de Here God Zich jegens mij verbonden heeft dat het een erfland voor mijn nageslacht zal zijn. Ja, de Heer heeft dit land met een verbond voor eeuwig aan mij en mijn kinderen toegezegd, en ook aan allen die door de hand des Heren uit andere landen zullen worden weggeleid. Dat niemand in dit land zal komen, tenzij hij door de hand des Heren wordt gebracht. Daarom wordt dit land gewijd voor degene die Hij brengt. (2 Nephi 1: 5-7)
“This Land Is Your Land” is een van de bekendste volksliedjes in de Verenigde Staten. De tekst werd geschreven door Woody Guthrie (1940) op een bestaande melodie, en was een reactie op “God Bless America” van Irving Berlin, een tekst die Guthrie maar onrealistisch en afgezaagd vond. Hij had genoeg van dat lied dat Kate Smith steeds maar op de radio zong en schreef als reactie daarop “God Blessed America for Me”. Guthrie paste de tekst aan, soms met politieke overtonen die in latere teksten werden afgezwakt.
.
.
Bruce Springsteen en Pete Seegers (begeleid door Seegers’ kleinzoon Tao Rodriguez-Seegers) zongen het lied ter gelegenheid van de viering rond de aanstelling van pres. Obama bij het Lincoln Monument op 18 jan.2009. Men zong de oorspronkelijke versie met o.a. “There was a big high wall there” en “Nobody living can ever stop me” op verzoek van Pete Seegers, maar met uitzondering van de oorspronkelijke zin aan het einde: “As they stood hungry, I stood there whistling, This land was made for you and me”. En verder:
As I went walking I saw a sign there,
and on the sign it said “No Trespassing”.
But on the other side it didn’t say nothing.
That side was made for you and me.
Nobody living can ever stop me,
As I go walking that freedom highway;
Nobody living can ever make me turn back
This land was made for you and me.
In the squares of the city, In the shadow of a steeple;
By the relief office, I’d seen my people.
As they stood there hungry, I stood there asking,
Is this land made for you and me?
.
Werden de (Noord en Zuid) Amerikanen van Afrikaanse afkomst als slaven door de hand Gods naar het beloofde land geleid? Nee, integendeel, de Heer leert ons dat we vrij zijn tussen goed en kwaad te kiezen en als de onderdrukker voor het kwaad kiest – dan verplicht de Heer zich tot het welzijn van de onderdrukte en de gevangene: tot het bevrijden van zijn gekozen volk, slaven van alle tijden, plaatsen, en omstandigheden. In dat opzicht geldt zeker dat de Heer de vrijheidsbeweging voor de burgerrechten leidde “als een vuur bij nacht en als een wolk bij dag”.
O, dat gij wilde ontwaken; ontwaken uit een diepe slaap, ja, uit de slaap der hel, en wilde afschudden de vreselijke ketenen waarmee gij gebonden zijt, welke de ketenen zijn die de mensenkinderen kluisteren, zodat zij gevankelijk omlaag worden gevoerd naar de eeuwige afgrond van ellende en wee. (2 Nephi 1: 13)
.
2. weest vastbesloten, één van zin en één van hart, in alle dingen eendrachtig
En nu, opdat mijn ziel zich in u verheugt en mijn hart deze wereld met blijdschap over u verlaat, opdat ik niet door smart en droefenis tot het graf word gebracht: verheft u uit het stof, mijn zonen, en weest mannen, en weest vastbesloten, één van zin en één van hart, in alle dingen eendrachtig, opdat gij niet in gevangenschap zult geraken; (2 Nephi 1:21)
En de Heer noemde zijn volk ZION, omdat zij één van hart en één van zin waren en in rechtvaardigheid leefden; en er waren geen armen onder hen (Mozes 7:18).
Douglas Davies schrijft in “Introduction to Mormonism” dat “men gemakkelijk zou kunnen concluderen dat het Mormonisme uiterst individualistisch is i.v.m. haar sterke nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, maar ten onrechte, want hoe belangrijk die persoonlijke verantwoordelijkheid ook is die door de kerkelijke leiding wordt beanadrukt; de gemeenschap kan haar doel slechts bereiken d.m.v. een gemeenschappelijk streven. Verhoudingsgewijs is het absoluut van fundamenteel belang om te begrijpen dat iemands zaligheid zelfs afhangt van onderlinge menselijke verhoudingen. Mormoonse leiders verklaarden van het allereerste begin dat niemand op zichzelf zalig kan worden. En theologisch gezien is dat inderdaad een heel mormoons gegeven: zaligheid is een gemeenschappelijke onderneming”.
Vader Lehi presenteert in deze hoofdstukken de zgn. “Zion-formule” aan de lezers van het Boek van Mormon als een inleiding over zijn uitleg aangaande het Plan van Zaligheid. Die “Zion-formule” beschrijft naar mijn mening de verandering die moet plaatsvinden onder de mensenkinderen om zalig te kunnen woren. Zion vereist een grondige verandering nl.: één van hart (A = een vreedzame houding), één van zin (B = rechtvaardige omstandigheden) en in alle dingen eendrachtig (C = geweldloos gedrag). ZION schept de omstandigheden waarin bepaalde dingen op een bepaalde manier kunnen gebeuren, ze vormt een uitdaging: zoals bepaalde moeilijke omstandigheden een uitdaging binnen een huwelijk kunnen zijn. ZION vormt een uitdaging om te zien of we conflicten op een geweldloze manier kunnen oplossen, om daarbij de omstandigheden en onze houding op een ZION-achtige wijze te transformeren.
Op zich zijn conflicten goed noch slecht. Mahatma Gandhi zei zelfs eens: “oprecht van mening verschillen is dikwijls een gezond teken van vooruitgang”. Het is de manier waarop we omgaan met conflict, gewelddadig of geweldloos, die bepaalt of we een ZION volk zijn of bannelingen in Babylon. Martin Luther King voelde dat heel zuiver aan. In zijn historische toespraak “Drum Major Instinct” had hij het over onze natuurlijke neiging om “de eerste te willen zijn, voorop te willen lopen, vaandeldrager te willen zijn”. “We moeten eerlijk toegeven dat we die neiging allemaal kennen. We willen allemaal belangrijk zijn, anderen voorbijstreven, ons van anderen onderscheiden, de vaandeldrager zijn [...] het is een overheersend gevoel”. MLK: “je merkt al heel gauw dat het prettig is om geprezen te worden, en dat geldt voor ons allemaal. Dat prettige gevoel als we geprezen worden, of onze naam afgedrukt zien, is als vitamine voor ons ego. Niemand vind het erg om geprezen te worden of we het nu verdienen of niet, en of we het nu zelf geloven of niet”.
Maar er komt een tijd dat ons “vaandeldrager”-instinct een verwoestende uitwerking kan hebben. En daar wil ik het nu over hebben; als dat instinct nl. de vrije hand krijgt dreigt er een groot gevaar. Onze persoonlijkheid (HOUDING) kan er negatief door beinvloed worden, en krijgen we te maken met een voortdurende strijd met ons ego.
Een dergelijke strijd eindigt uiteindelijk in aandachttrekkende bezigheden (GEDRAG). Criminologen leggen uit dat sommige mensen tot misdaad worden gedreven door een dergelijk instinct. Ze vinden dat ze te weinig aandacht krijgen d.m.v. normaal sociaal gedrag en gaan over tot a-sociaal gedrag om aandacht te trekken, om zich waar te maken. Dus kopen ze dat vuurwapen, en voor dat ze het weten overvallen ze een bank in hun zucht naar erkenning van hun belangrijkheid.
De allerlaatste tragedie is er vervolgens een van een verwrongen persoonlijkheid die er niet in slaagt weerstand te bieden aan dit instinct, en ziet zich genoodzaakt anderen neer te halen om zichzelf op te kunnen werpen (OMSTANDIGHEDEN). En wanneer dat gebeurt, komen er allerlei bedenkelijke zaken los: gemene kwaadsprekerij en leugenachtige roddel, om anderen onderuit te halen en zichzelf op te werpen. Het “vaandeldrager”-instinct is dus een van de grootste uitdagingen in het leven.
Dat geldt ook in breder verband, op nationaal niveau. “Ons land regeert de wereld”. Helaas is het zo dat vooral ons land zich daaraan schuldig maakt. En ik zal dat blijven zeggen over Amerika omdat ik dit land te veel liefheb om haar te zien afdwalen. Amerika’s huidige rol in de wereld is geen afspiegeling van Gods wil. Ze werd niet geroepen tot een zinloze onrechtvaardige oorlog in Vietnam, tot oorlogsmisdaden die we meer dan de meeste landen pleegden; dat zal ik blijven herhalen. En het eind lijkt niet in zicht vanwege onze nationale trots en arrogantie.
Maar God beschaamt de naties en zegt als het ware: “Maak mij geen speelbal”. Zoals God zich als de God van het Oude Testament richt tot de Hebreërs: “Maak mij geen speelbal Israel; maak mij geen speelbal Babylon. Wees stil en weet dat ik God ben. En als u aan deze onbezonnen koers vasthoudt zal ik tegen u opstaan en de ruggegraat van uw macht breken”. En dat kan ook Amerika overkomen. Af en toe sla ik Gibbon’s boek “Opkomst en Ondergang van het Romeinse Rijk” er op na. En ik zeg dan tegen mezelf: Amerika, de overeenkomsten zijn beangstigend. We hebben het vaandeldragers-instinct geperverteerd.
Als we voorop willen lopen, laat het dan in het onderhouden van Gods geboden zijn; een voorop lopen in het toepassen van ZION-beginselen. Martin Luther King concludeerde:
“Zeker, als je zou willen beweren dat ook ik een vaandeldrager ben, zeg er dan wel bij dat ik een vaandeldrager ben voor vrede [één van hart=houding] en voor gerechtigheid [één van zin=omstandigheden] en voor rechtvaardigheid [goede daden=gedrag]. Alle andere oppervlakkigheden vallen daarbij in het niet. Ik laat geen fortuin achter, geen prachtige en luxieuze dingen in het leven laat ik achter. Wat ik achter wil laten is een leven van toewijding. Dat is wat ik bedoel. (Martin Luther KIng jr. 1968)
De Heer is deze dingen indachtig, ook in de schriften van de Herstelling, waar hij ons er aan herinnert dat zaken soms anders lopen als werd beloofd aan Vader Lehi en zijn volk in de laatste dagen.
zie, Ik zeg u, ware het niet dat mijn volk overtredingen had begaan, over de kerk als geheel gesproken en niet over afzonderlijke leden, dan had het nu reeds verlost kunnen zijn. Maar zie, zij hebben niet geleerd gehoorzaam te zijn aan hetgeen Ik van hun hand vereiste, maar zijn vervuld met allerlei kwaad en geven niet, zoals het heiligen betaamt, van hun bezit aan de armen en bezochten onder hen; en zijn niet één volgens de eenheid die de wet van het celestiale koninkrijk vereist; en mijn volk moet wel worden gekastijd totdat het gehoorzaamheid leert, desnoods door de dingen die het verduurt (Leer en Verbonden 105:2-4,6).








